De Noordzeenatuur staat onder druk als gevolg van intensief menselijk gebruik, waaronder visserij, zandwinning, scheepvaart en de aanleg van windparken. Binnen het Programma Natuurversterking Noordzee (NN) wordt gewerkt aan maatregelen die bijdragen aan herstel en versterking van het mariene ecosysteem.
OR ELSE onderzoekers Marcel Rozemeijer en Martin Baptist onderzochten voor Natuurversterking Noordzee de of bewerking van de zeebodem ook actief aan natuurversterking bij kan dragen via gerichte manipulatie van zandige zeebodems, zowel op het natuurlijke zeebed als in bestaande, gepauzeerde zandwinputten.
Ecologische potentie van zandige habitats
Zandige bodems vormen een dominant habitat in de Noordzee en spelen een cruciale rol in het ecosysteem, maar staan onder druk door menselijke activiteiten die de zeebodem verstoren. Zandwinning heeft aantoonbare negatieve ecologische effecten, maar creëert tegelijkertijd ook mogelijkheden voor natuur-inclusieve inrichting. Rozemeijer en Baptist verkennen de mogelijkheid om bewust te sturen op sedimentkarakteristieken – zoals korrelgrootte, stabiliteit en slibgehalte. Hierdoor kan het leefgebied voor specifieke doelsoorten worden geoptimaliseerd.
Focus op ecologisch relevante doelsoorten
Binnen deze voorgestelde aanpak staan sleutelsoorten centraal die een belangrijke functie vervullen in het ecosysteem. Een primaire doelsoort is Spisula subtruncata (halfgeknotte strandschelp). Deze soort is ecologisch waardevol en van groot belang als voedselbron voor beschermde zeevogels zoals de zwarte zee-eend. Onderzoek toont aan dat Spisula-banken circa 30% vaker voorkomen op zandbodems met een korrelgrootte van 180–230 µm. Het gericht aanbrengen van sediment met deze karakteristieken kan de vestiging en ontwikkeling van Spisula-banken stimuleren. Daarnaast is zandspiering een relevante soort binnen het Noordzeesysteem, vanwege zijn sleutelpositie in het mariene voedselweb. Deze soort prefereert grof zand met een laag slibgehalte. In gepauzeerde zandwinputten kan het achterlaten van een dikke laag grofzand bijdragen aan habitatverbetering. Ook wordt onderzocht in hoeverre de inrichting van zandwinputten invloed heeft op het gedrag en de verspreiding van pelagische vissoorten.
Pilotprojecten nabij Ameland
De voorgestelde maatregelen worden in eerste instantie beproefd in pilotvorm, zowel op het natuurlijke zeebed als in gepauzeerde zandwinputten nabij Ameland. Hier worden proefvelden aangelegd waarin sedimentkarakteristieken doelgericht worden aangepast. De pilots worden wetenschappelijk begeleid en omvatten een integraal monitoringsprogramma.
Evaluatie en opschalingsperspectief
Een centrale vraag is in hoeverre de gemanipuleerde locaties daadwerkelijk leiden tot duurzame vestiging van doelsoorten en een aantoonbare verbetering van biodiversiteit. De resultaten van de pilots vormen de basis voor besluitvorming over mogelijke opschaling. Op basis van een eerste inschatting is voor grootschaligere toepassing slechts circa 1% van het jaarlijkse zandvolume benodigd om jaarlijks 100–200 hectare natuurversterking te realiseren. Dit biedt perspectief op een kostenefficiënte en ruimtelijk inpasbare maatregel binnen bestaande zandwinactiviteiten.
Naar een natuurinclusieve Noordzee
De voorgestelde aanpak illustreert hoe economische activiteiten en natuurversterking elkaar niet per definitie uitsluiten. Door zandwinning te koppelen aan ecologische ontwerpprincipes kan worden bijgedragen aan een veerkrachtiger Noordzee-ecosysteem. Gerichte sedimentsturing biedt daarmee een concreet handelingsperspectief binnen het bredere beleid voor natuurherstel en duurzaam gebruik van de Noordzee.
Download hier het rapport.