“Serious games maken het mogelijk om “what-if”-scenario’s op een interactieve manier te verkennen”

Voor onze nieuwsbrief spreken we met een lid van het OR ELSE-team over hun betrokkenheid bij het project. Deze keer: Maria Pafi, postdoctoraal onderzoeker aan Wageningen University & Research. Haar werk draait om twee centrale thema’s: de politiek van blue growth en mariene ruimtelijke planning, en het gebruik van simulatiespellen en geospatiale technologieën voor milieubesluitvorming.

Wat onderzoek je precies?

Ik onderzoek institutioneel leren en verandering in complexe beleidsdomeinen zoals de mariene omgeving. In deze domeinen moeten beslissingen rekening houden met klimaatverandering, diepe onzekerheden en complexe risico’s op de lange termijn. Binnen dit bredere veld ben ik vooral geïnteresseerd in hoe immersieve simulaties—zoals serious games—mensen helpen om complexe beslissingen onder onzekerheid te herkennen, te reflecteren en ernaar te handelen. Mijn onderzoek richt zich op de vraag wat dit soort digitale tools realistisch kunnen bijdragen aan reflexieve kennisproductie en governance.

Binnen het OR ELSE-project co-creëren we kennis over de sociale en ecologische effecten van zandwinning. Deze kennis integreren we in een serious game over zandwinning. Het spel is ontworpen als een platform voor interdisciplinair en sectoroverstijgend dialoog. Het project volgt een action research-benadering. Ik maak deel uit van het team dat het spel conceptueel ontwikkelt—dus bepaalt wat erin komt en wat het doel is—terwijl de interface zelf wordt ontwikkeld door het team van Breda University of Applied Sciences. Tegelijkertijd analyseer ik hoe het spel in de praktijk functioneert. Dat betekent dat er periodes zijn waarin ik actief betrokken ben en intensief samenwerk met OR ELSE-onderzoekers, game developers en andere stakeholders, en periodes waarin ik juist een stap terug doe om te reflecteren.

Hoe blijf je objectief terwijl je onderdeel bent van het proces?

Dat is altijd een uitdaging—en tegelijk de kracht van action research. Ik probeer goede notities en rapportages te maken van belangrijke bijeenkomsten, vooral wanneer die gaan over co-design. Ik ben transparant over mijn rol in het proces en ik weet dat mijn betrokkenheid het proces ook beïnvloedt, dus daar reflecteer ik actief op.

Ik werk bovendien niet alleen. Binnen ons team bij de Environmental Policy Group aan Wageningen University hebben verschillende onderzoekers verschillende perspectieven. Zo onderzoekt onze PhD-onderzoeker Elaine Mumford waarden en kennis rond zand en zandlandschappen in de Waddenzee en Noordzee. Ons werk is complementair en door samenwerking kunnen we reflecteren op wat ik anders misschien zou missen doordat ik te veel “van binnenuit” werk. Ook ons consortium is multidisciplinair, dus we bespreken altijd conclusies en dagen elkaar op een constructieve manier uit.

Wat maakt zandwinning zo’n interessante casus voor besluitvorming?

Het bevat veel elementen van een “wicked problem”. Ten eerste is de samenleving sterk afhankelijk van zand, bijvoorbeeld voor kustbescherming en bouw, maar we realiseren ons dat vaak niet. De vraag zal naar verwachting toenemen, vooral door zeespiegelstijging. Ten tweede vindt zandwinning plaats in een zeer druk deel van de Noordzee, waar het samenkomt met veel andere activiteiten zoals visserij, aquacultuur, offshore hernieuwbare energie, olie en gas, kabels, pijpleidingen en militaire activiteiten. Dat leidt tot ruimtelijke concurrentie. Ten derde is er onzekerheid over de ecologische effecten van langdurige zandwinning en de cumulatieve effecten van meerdere gebruiksfuncties van de zee. Tot slot zijn er veel betrokken actoren, die werken over sectoren en bestuursniveaus heen, met verschillende mandaten, belangen en tijdshorizonten. Sommige sectoren plannen ver vooruit, terwijl andere juist op korte termijnen opereren. Dat maakt gecoördineerd handelen lastig.

Waarom zijn serious games een goed instrument om deze complexiteit te bestuderen?

De complexiteit is moeilijk te begrijpen via abstracte discussies alleen. Serious games maken het mogelijk om “what-if”-scenario’s op een interactieve manier te verkennen. Deelnemers kunnen experimenteren met beslissingen en krijgen realtime feedback. Hoewel de modellen vereenvoudigd zijn, maken ze afwegingen tastbaarder.

Bijvoorbeeld: getallen zoals “15 miljoen kubieke meter zandwinning per jaar” zijn abstract, vooral voor buitenstaanders. In het spel wordt dit volume zichtbaar als ruimtelijke en ecologische impact. Je ziet hoeveel zeebodem wordt verwijderd, waar winning plaatsvindt en welke andere activiteiten of ecosystemen worden beïnvloed. Dat maakt de gevolgen van beslissingen veel concreter en ervaarbaar.

Hoe bepaal je welke scenario’s en keuzes in het spel worden opgenomen?

Dat is een voortdurend ontwerpproces. We vertrekken vanuit bestaande kennis binnen het project en kijken hoe lopend onderzoek kan worden geïntegreerd. Tegelijk balanceren we steeds tussen complexiteit en toegankelijkheid. Tijdens testsessies gaven deelnemers soms aan dat bepaalde onderdelen te complex werden voor een spel. Dus moeten we beslissen welke elementen prioriteit krijgen en hoeveel vereenvoudiging acceptabel is.

Belangrijk is ook dat het spel niet neutraal is. Het weerspiegelt aannames en kennis van het onderzoeksteam. Daar moeten we transparant over zijn en duidelijk maken dat het doel niet is om een beleidsoplossing te bieden, maar om verschillende perspectieven te verkennen en dialoog te openen.

Wat heb je tot nu toe geleerd van het werken met het spel?

Een belangrijk inzicht is dat het spelen zelf het leerproces beïnvloedt. Zelfs als het spel of een andere interface of simulatie zorgvuldig is ontworpen, kun je niet volledig voorspellen hoe mensen ermee of met elkaar omgaan. Deelnemers onderhandelen vaak op onverwachte manieren, vormen verrassende coalities of herformuleren zelfs de vragen.

Die onvoorspelbaarheid is juist onderdeel van de waarde. Een ander inzicht is dat serious games niet om entertainment draaien. Ze vragen actieve betrokkenheid met data, modellen en elkaar. De beste resultaten ontstaan wanneer het spel ingebed is in een breder leerproces en niet als een eenmalige activiteit wordt gebruikt.

Wat hoop je dat jouw onderzoek bijdraagt aan beleid?

Mijn onderzoek laat zien hoe interfaces tussen wetenschap en beleid belangrijke plekken zijn van kennisproductie en governance. Voor beleid is dat relevant omdat het laat zien dat kennis niet neutraal het beleidsproces binnenkomt. Maar het zegt ook iets over wetenschappers en interface-ontwerpers, en over de strategische rol die we hebben in het ontwerpen van zulke interfaces.

Het spel is een belangrijk instrument binnen OR ELSE, maar ik gebruik ook andere methoden zoals beleidsanalyse, interviews en stakeholderworkshops. Zo hebben we recent een paper gepubliceerd waarin we beleidsnarratieven rond zandwinning analyseren en mogelijke aangrijpingspunten voor verandering identificeren. In workshops is het spel meestal slechts één onderdeel van het proces. Vaak zijn er in het begin informatiesessies en reflecteren we aan het eind breder op de barrières die besluitvorming nu en in de toekomst beïnvloeden. Het doel is om zowel ruimtelijke als institutionele uitdagingen te verkennen en oplossingen interdisciplinair te bespreken.