Bij middeldiepe zandwinning wordt al het aanwezige bodemleven in het gewonnen gebied verwijderd. Wat achterblijft is een zandwinput zonder levende organismen. Daarna begint een natuurlijk herstelproces. Zand en slib zakken langzaam weer in de put en geleidelijk vestigt het bodemleven zich opnieuw. Uiteindelijk ontstaat er een nieuwe bodemgemeenschap — maar hoe snel en hoe precies dat gebeurt, is nog niet volledig bekend. OR ELSE onderzoekers werken mee aan onderzoek van het programma Zand uit Zee van Rijkswaterstaat om te begrijpen hoe dit herstel verloopt.
Metingen bij Ameland
Ten noorden van Ameland volgt Rijkswaterstaat een zandwinput van 6 meter diep zeer nauwkeurig. Dit gebeurt met een zogeheten Before After Control Impact (BACI)-studie. Dat betekent dat de situatie vóór, tijdens en na de zandwinning wordt vergeleken met gebieden waar geen zandwinning plaatsvindt. In januari 2025 is het onderzoek begonnen met monstername van de bestaande levensgemeenschap van bodemdieren en met metingen naar stroomsnelheden, golven en troebelheid. In december 2025 is de zandwinput door Boskalis opgeleverd. Afgelopen januari, een jaar later, zijn er opnieuw monsters genomen van de bodemdieren om de situatie direct na winning vast te leggen en nu worden de stroomsnelheden, golven en troebelheid ook gemeten in de nieuwe put. De komende jaren worden deze metingen gecontinueerd. Zo ontstaat een steeds beter beeld van hoe de zeebodem zich op korte én langere termijn herstelt.
Samenwerking tussen kennisinstellingen
Bij dit onderzoek worden grote hoeveelheden meetgegevens verzameld. Voor de analyse werkt Rijkswaterstaat samen met verschillende kennisinstellingen:
Samen brengen zij in kaart hoe zandwinning de Noordzeebodem beïnvloedt en hoe herstelprocessen verlopen.
Waarom is dit belangrijk?
De uitkomsten van dit onderzoek helpen om zandwinning in de toekomst zorgvuldig en verantwoord uit te voeren. Zo kunnen kustbescherming en natuur beter in balans worden gebracht — nu en in de toekomst.